-
-

Tags

05.01.2017Bemiddeling door en voor overheid en burgers

Bemiddeling

In tegenstelling tot heel wat andere Europese landen, is de bemiddeling in België nog niet helemaal ingeburgerd. Slechts een beperkt aantal conflicten wordt door bemiddeling opgelost. Magistraten, burgers en bedrijven zijn vaak niet of onvoldoende geïnformeerd en zien het nut of de meerwaarde er niet van in. Ook de (ingeschatte) kostprijs vormt een drempel om de piste van de bemiddeling te volgen. De informatieverstrekking gebeurt soms veel te laat. In het onderwijs en in de juridische praktijk ligt de klemtoon nog heel vaak op het beslechten van geschillen.

Betekent dit dat België tot op heden helemaal geen stappen heeft ondernomen?

Neen, er werden reeds heel wat stappen gezet:

Op wetgevend vlak werd er een kader in de wet ingeschreven zowel voor de vrijwillige als de gerechtelijke bemiddeling.

Er werd een federale bemiddelingscommissie opgericht die een zeer belangrijke rol speelt bij de vorming, de erkenning en de evaluatie van bemiddelaars.

In familiezaken moet de griffier de partijen bij het instellen van de vordering informeren door hen een informatiebrochure vergezeld van een lijst van de erkende bemiddelaars alsook inlichtingen betreffende informatiesessies, wachtdiensten of andere in het gerechtelijk arrondissement georganiseerde initiatieven die erop gericht zijn de minnelijke oplossing van conflicten te bevorderen, mee te delen.

Magistraten kunnen partijen steeds wijzen op het nut en de meerwaarde van bemiddeling en hen de ruimte geven om zich daarover te informeren.

Ook andere alternatieve oplossingstrajecten kennen een groei. Zo richtte de wet van 30 juli 2013 betreffende de invoering van een familie- en jeugdrechtbank de kamers voor minnelijke schikking op. Op verzoek van de partijen of indien de rechter het opportuun acht, beveelt hij de doorverwijzing van de zaak naar deze kamer. Uit een bevraging gedaan bij de twaalf rechtbanken van eerste aanleg naar aanleiding van een wetsvoorstel m.b.t. de persoonlijke verschijning blijkt alvast dat deze maatregel tot meer akkoorden leidt. Sommige magistraten pogen ook reeds op de inleidingszitting te schikken. Er is dus duidelijk een positieve tendens in familiezaken waar te nemen.

Meerwaarde en geloof

Over het belang en de meerwaarde van bemiddeling is iedereen het steeds meer eens.

In eerste instantie zorgt de bemiddeling, als alternatief oplossingstraject, ervoor dat conflicten niet meer door de hoven en rechtbanken moeten beslecht worden. Voor de Belgische justitie die vandaag overspoeld wordt met rechtszaken, kan de promotie van dit alternatief oplossingstraject een belangrijke werklastvermindering betekenen. De uitdaging vandaag is een kwaliteitsvolle rechtspraak binnen een redelijke termijn aan een redelijke kostprijs. Gelet op de gerechtelijke achterstand kan de kanalisatie van conflicten die door bemiddeling opgelost kunnen worden ertoe leiden dat de hoven en rechtbanken hun kerntaken terug optimaal kunnen vervullen.

Ten tweede is een bemiddelde oplossing, waarbij de standpunten van de partijen verzoend worden, meer gedragen dan een opgelegde beslechting van het geschil. Onderzoek toont aan dat in familiezaken een bemiddelde oplossing tot meer welzijn leidt bij alle betrokkenen en de spanningen bij de uitvoering drastisch reduceren. Partijen komen niet om de haverklap opnieuw voor de rechtbank wegens de niet-naleving van de beslissing en akkoorden worden sneller uitgevoerd. Het minderjarige kind wordt niet de speelbal van het conflict tussen zijn ouders. Ook in de bedrijfswereld kan een bemiddeld akkoord leiden tot een goede verstandhouding en een betere samenwerking tussen ondernemingen en kan dit economische schade voorkomen. Door bemiddeling komen partijen dichter bij elkaar en wordt hun handelsrelatie nieuw leven ingeblazen. De samenleving heeft er in het algemeen alle belang bij dat mensen praten met elkaar en er evenwichtige oplossingen gevonden worden voor tegenstrijdige belangen.

De voordelen van bemiddeling kunnen niet voldoende beklemtoond worden. Bemiddeling leidt tot een aanvaardbare, duurzame, op maat gemaakte oplossing op korte termijn, is vertrouwelijk, laat aan de partijen een actieve rol in de oplossing van het conflict, professionele relaties worden duurzaam behouden omdat partijen streven naar een win-win-oplossing, onzekerheid over het resultaat van de rechtsgang wordt vermeden, niet alleen het geschil, maar ook het onderliggende conflict wordt vaak opgelost, bemiddeling kan het vertrouwen in een partij in stand houden of herstellen, enz.

Engagement van de regering en de Minister

Deze regering wil inzetten op bemiddeling. In het regeerakkoord wordt het belang en de meerwaarde van bemiddeling uitdrukkelijk onderstreept.

In mijn justitieplan kondig ik maatregelen aan om alternatieve wijzen van geschillenoplossing, zoals bemiddeling, een gelijkwaardige plaats te geven in het gerechtelijk recht.

Op korte termijn worden een aantal concrete ingrepen op wetgevend vlak onderzocht. Deze wetgevende initiatieven moeten er toe leiden dat bemiddeling nog beter bekend wordt, de keuze voor bemiddeling wordt gestimuleerd in elke stand van het geding en de bemiddeling partijen financieel niet sanctioneert, maar juist stimuleert.

Alvast één maatregel werd reeds opgenomen in de eerste potpourriwet nl. de optrekking van de “aanvankelijke maximumduur” van de gerechtelijke bemiddeling van drie naar zes maanden. Bij de invoering van de gerechtelijke bemiddeling was het de bedoeling dat de rechter het verloop kort zou opvolgen. Daarom werd voorzien dat de opdracht slechts drie maanden zou duren. Bovendien moet de zaak vastgesteld worden op de eerste nuttige zitting na het verstrijken van de termijn met het oog op een verlenging. De praktijk leert echter dat deze termijn te kort is. Een maximale termijn van zes maanden geeft de rechtbanken meer speelruimte te bepalen in functie van de omvang en de te verwachten duur van de opdracht.

Een andere concrete maatregel die ik aankondig in mijn justitieplan is de opstart van een proefproject rond bemiddeling bij de rechtbank van koophandel waar bemiddeling quasi nog een wereldvreemd begrip is. Ik wil meer ruimte scheppen voor de regeling van het geschil buiten de rechtbank, waarbij advocaten na een dagvaarding toch een compromis voorleggen aan de magistraat. De Justitie moet conflicten helpen op te lossen. Ik wil dat de rechter probeert de partijen naar een bemiddeling te leiden. Ik bereid daartoe een grondige hervorming van de burgerlijke rechtspleging voor en zal daarbij tegelijk maatregelen treffen die een moderne informaticaomgeving moeten creëren.

Voorts wens ik de bemiddeling in strafzaken te verruimen, zodat zij ook kan worden toegepast voor zogenaamde “slachterofferloze” misdrijven zoals bijvoorbeeld in drugszaken. In zogenaamde “slachtofferloze” misdrijven komen het algemeen maatschappelijk belang en de goede rechtsorde in het gedrang en behartigt het openbaar ministerie het belang van de slachtoffers en is dus een zuivere dader-slachtoffer-bemiddeling niet mogelijk. Dergelijke verruiming zorgt ervoor dat de bemiddeling in strafzaken, waaraan nu reeds financiële middelen zijn gekoppeld uit het Globaal Plan (het subsidiekanaal van de omkadering van alternatieve gerechtelijke maatregelen) ook geschikt wordt om lopende proefprojecten voor “slachtofferloze misdrijven” een wettelijk kader te bieden zoals bijvoorbeeld het project proefzorg te Gent, de “conseiller stratégique drogues” te Luik of de drugsbehandelingskamer in de rechtbank van eerste aanleg te Gent.

Vandaag bestaan er ook heel wat uiteenlopende initiatieven inzake bemiddeling bij de verschillende hoven en rechtbanken. Ik wil deze praktijken in kaart brengen met als doel om deze te stroomlijnen en goede praktijken verder te ontwikkelen in alle hoven en rechtbanken.

Ten slotte heb ik de intentie om de rol van de federale bemiddelingscommissie te versterken waardoor zij bemiddeling kan promoten, opvolgen en verder ontwikkelen op nationaal niveau.

Stand van zaken en mogelijke pistes

Om deze plannen waar nodig te verfijnen, werd er een vrijblijvende oproep gelanceerd om tegen juli van dit jaar een aantal concrete voorstellen tot wijziging van de regelgeving rond bemiddeling te bezorgen, de bestaande bemiddelingsinitiatieven in kaart te brengen en voorstellen te formuleren rond de invulling van het organisatorische luik omvattende een coherente en geïntegreerde bemiddelingspolitiek.

Uit de contacten die ik en mijn medewerkers reeds hadden, blijkt dat het bemiddelingslandschap gekenmerkt wordt door veel initiatieven die vaak naast elkaar bestaan. Het is belangrijk dat de krachten worden gebundeld.

Op dit ogenblik worden de hoven en rechtbanken bevraagd en wordt er over mogelijke aanpassingen van de bemiddelingswet gereflecteerd op het terrein.

Een aantal suggesties die reeds de ronde doen zijn:

  • -Naar Italiaans voorbeeld een voorafgaandelijke bemiddelingspoging in een aantal zaken verplicht opleggen zoals burenruzies, eigendom betwistingen, verdeling, enz. Hoewel er in de juridische wereld in Italië aanvankelijk veel weerstand bestond, blijkt dit vandaag in de praktijk zeer goed te worden onthaald. Er is een evaluatie voorzien;
  • -Een betere informering over het nut, de meerwaarde, de kostprijs, de praktische regelingen, enz. (informatiebrochure, website, enz.)
  • -De rechter de mogelijkheid bieden om een bemiddeling te bevelen zonder partijen te verplichten om in bemiddeling te gaan. Het betreft een verplichte kennismaking met bemiddeling;
  • -Een partij die op onredelijke wijze weigert om in te gaan op een bemiddelingspoging sanctioneren met de tenlastelegging van de kosten van het geding;
  • -De kost van bemiddeling drukken om het competitief te maken met een gewone procedure voor de rechtbank;
  • -Enz.

De federale bemiddelingscommissie is bezig met een herdenken van de organieke structuur. Meerdere opties liggen op tafel:

  • -Totale opheffing van de organieke structuur en vervangen door een ander type van organisatie;
  • -Behoudt van de actuele organisatie;
  • -Gedeeltelijke wijziging van de organieke structuur.

Binnen Europese context waar België één van de weinige landen is met dergelijke erkenningsstructuur dringt zich een herdenken in ieder geval op.

Bemiddeling en de overheid

Een moeilijke, maar zeker verdienstelijke reflectie is de vraag tot bemiddeling in bestuurszaken.

Overeenkomstig artikel 1724 van het Gerechtelijk Wetboek kan elk geschil dat vatbaar is om te worden geregeld door een dading het voorwerp uitmaken van een bemiddeling. Volgens het laatste lid van deze bepaling kunnen publiekrechtelijke rechtspersonen partij zijn bij een bemiddeling in de bij wet of bij een in de Ministerraad overlegd koninklijk besluit bepaalde gevallen.

Een aantal bijzondere wetgevende initiatieven werden ondertussen ondernomen zoals de oprichting van een fiscale bemiddelingsdienst die later vandaag nog aan bod komt. Op vrijwillige basis kan een publiekrechtelijke rechtspersoon ook bemiddelen, maar er ontbreekt een kader om het resultaat te bekrachtigen.

De vraag rijst echter of bestuursorganen niet meer in het algemeen geactiveerd moeten worden om bemiddeling als alternatief voor het voorkomen of beëindigen van een geschil in te zetten. Ook daar zijn heel wat voordelen aan verbonden. Uit een Nederlands onderzoeksrapport omtrent bemiddelingsvaardigheden van bestuursorganen (gemeten over de periode 2007-2011) blijkt dat 60% van de bezwaarschriften werden ingetrokken in gevallen waarin gekozen werd voor een informele, bemiddelende aanpak. Ook de waardering van deze procedure ligt bij de burger veel hoger. De overheidsorganisaties die een bemiddelende aanpak invoerden, boekten over de gemeten periode een efficiëntiewinst van ongeveer 26%.

Niettemin staat België hier traditioneel terughoudend tegenover:

  • -Publiekrechtelijke bevoegdheden zijn niet in de handel en kunnen daarom ook in beginsel niet worden betrokken in een dadingsovereenkomst;
  • -Er is een gebrek aan erkende bemiddelaars;
  • -De overheden mogen in administratieve aangelegenheden enkel rekening houden met de algemene belangen waartoe zij zijn opgericht. Andere belangen kunnen dus niet bij de besluitvorming worden betrokken.

Er zijn in ieder geval een aantal beperkingen waarmee rekening moet gehouden worden. Een aantal modaliteiten die in dat verband worden voorgesteld zijn o.a. dat overheden zich er niet toe kunnen verbinden om afstand te doen van gebonden bevoegdheden, alle bij de betwisting betrokken overheden betrokken moeten worden in de onderhandelingen, de rechtsbescherming in hoofde van derden niet mag beperkt worden en private belangen enkel betrokken kunnen worden voor zover zij een civielrechtelijke oplossing vinden.

Dit belet niet dat we met open vizier moeten durven kijken naar dit vraagstuk vanuit de ervaring in het buitenland en gelet op de belangrijke meerwaarde die het zowel wat de dienstverlening naar de burger toe als de efficiëntiewinsten, kan met zich meebrengen.

Staatshervorming [op vraag van de organisatie, eigenlijk louter informatief]

Hoe zit het met de bevoegdheden die overgeheveld werden naar Vlaanderen zoals de ruimtelijke ordening?

De bevoegdheden op Vlaams niveau op dit vlak zijn vooral het gevolg van eerdere staatshervormingen en volgen uit de impliciete bevoegdheden van artikel 10 van de Bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980. Vlaanderen richtte in dat kader een Raad voor Vergunningbetwistingen op, gelinkt aan de basisbevoegdheid ruimtelijke ordening. Dit is in principe mogelijk voor alle gemeenschaps- en gewestbevoegdheden. In de mate dat er administratieve rechtscolleges worden opgericht, kunnen ook systemen van administratieve bemiddeling in de procedures worden geïntegreerd.

Nog belangrijker dan dit lijkt me echter de overdracht van de justitiehuizen die in de strafrechtelijke sfeer (strafuitvoering) taken uitvoeren. Daarbij speelt de bemiddeling in strafzaken een cruciale rol. We bespreken momenteel wetsontwerpen die, zoals ik reeds aangaf, dit ook mogelijk maken bij slachterofferloze misdrijven. Het gaat over de aanpassing van artikel 216ter van het Wetboek van Strafvordering.

Daarnaast zijn de gemeenschappen al langer bevoegd voor eerstelijnsbijstand en het algemeen welzijnswerk. De Centra Algemeen Welzijnswerk (CAW) bijvoorbeeld zijn zeer actief in familiale bemiddeling.

Afronding

Ik wil de initiatiefnemers van deze studiedag van harte danken voor de constructieve bijdrage die zij willen aanleveren in het debat rond bemiddeling. Ik druk de wil uit om bemiddeling een volwaardige en gelijkwaardige plaats te geven bij de afwikkeling van conflicten. Dit betekent zowel een belangrijke meerwaarde voor de overheid als voor de burger.

Bron: www.koengeens.be