-
-

Tags

16.08.2017Welke vorm van verblijfsregeling kan men vastleggen?

Ouderschap, Scheiden

Deze verblijfsregeling dient te vermelden bij welke ouder de kinderen verblijven tijdens de schoolperiode, vakanties en ‘bijzondere’ dagen (moederdag, vaderdag, communie, nieuwjaar, kerst, …). Het is wenselijk, maar wettelijk niet verplicht, zeer concrete afspraken te maken om alle misverstanden te vermijden. Daarnaast is het zinvol de motivatie en de context te schetsen waarop men zich baseert om deze regeling te treffen, denk aan leeftijd van het kind, werksituatie ouder, schoolsituatie kind. Dit maakt het achteraf makkelijk om aan te geven welke gewijzigde omstandigheden er zijn om eventueel een wijziging aan te vragen. Ongeacht de procedure (EOT of EOO), wanneer je als partners met kinderen besluit om niet meer samen door het leven te gaan, betekent dit dat je afspraken zal moeten maken over hoe jullie verder voor de kinderen zullen zorgen. Een verblijfsregeling voor kinderen kan bij een (echt)scheiding op drie manieren vastgelegd worden:

- Ouders regelen dit onderling zonder rechterlijke tussenkomst. Dit betekent ook dat deze regeling niet afdwingbaar is bij eventuele problemen. Een overeenkomst die niet in een juridisch kader bekrachtigd is, heeft alleen een morele waarde.

- Ouders laten zich bijstaan door een bemiddelaar of een notaris en werken samen een regeling uit, die ter homologatie kan voorgelegd worden bij de familierechter.

- Beide ouders slagen er niet in onderling een regeling uit te werken, de familierechter neemt een beslissing over de verblijfsregeling. Jullie als ouders kunnen elke verblijfsregeling kiezen die voor jullie en de kinderen het beste uitkomt.

Zo is het mogelijk om uitgebreid rekening te houden met leef- en werkomstandigheden, maar ook met de behoeften en bekommernissen van ieder van de kinderen. Dit betekent in concreto dat ouders kunnen kiezen voor een gelijke verblijfsregeling, waarbij de kinderen evenveel tijd doorbrengen bij vader en moeder (dit betekent niet automatisch een week-weekregeling) of een regeling met hoofdverblijf bij de ene ouder. Het is belangrijk om hierbij te vermelden dat het niet zo is dat ouders kunnen bepalen dat een ouder zijn kind niet meer wil zien, gezien elk kind recht heeft op persoonlijk contact met zijn/haar ouders. Hou er echter rekening mee dat het opstellen van zo’n overeenkomst niet eenvoudig is en daarnaast grote gevolgen heeft voor u als ouders en uw kinderen. Het is aangewezen om beroep te doen op een derde met kennis van zaken (bemiddelaar, notaris, advocaat, …) omtrent het uitwerken van ouderschapsovereenkomsten. Daarnaast is het zelfs mogelijk om u te laten adviseren omtrent de ontwikkelingspsychologische behoeften van uw kind(eren) bij het uitwerken van een ‘goede’ verblijfsregeling, waarvoor u terecht kan bij een kinderpsycholoog, gezinstherapeut, orthopedagoog, … Samen kunnen jullie nadenken over de beste leefomstandigheden voor uw kind(eren). Denk hier heel specifiek aan de persoonlijkheid van je kind, de leeftijd en een eventuele ontwikkelingsstoornis of beperking, die ook de nodige aandacht en zorg vraagt.

Bij het voorleggen ter homologatie van de overeenkomst aan de familierechter oordeelt deze of de voorgestelde verblijfsregeling niet tegenstrijdig is met het belang van het kind/de kinderen en het recht op contact van beide ouders. Het is dus belangrijk om in de EOT de keuze voor een bepaalde verblijfsregeling te motiveren omdat het kan dat de rechter hier naar vraagt. Als de rechter de overeenkomst heeft bekrachtigd, zijn de partijen nog altijd vrij om andere afspraken onder elkaar te maken, maar bij conflict biedt de overeenkomst enige garanties. De overeenkomst kan enkel gewijzigd worden indien u kunt aantonen dat deze wijziging noodzakelijk is door nieuwe elementen. Het is echter erg belangrijk om op regelmatige tijdstippen stil de staan bij de opgestelde verblijfsregeling, en deze eventueel te herzien (en deze wijziging ook op papier te zetten). Het hoeft geen betoog dat een peuter van 2 jaar andere noden heeft dan een puber. Bij het opmaken van de verblijfsregeling is het mogelijk om momenten van evaluatie vast te leggen.

Als ouders niet tot een akkoord komen of als de rechter vindt dat het akkoord niet in het belang van het kind is, zal deze zelf een uitspraak doen omtrent de verblijfsregeling. Het is bij wet bepaald (18 juli 2006) dat de rechtbank eerst dient na te gaan of een gelijkmatig verdeelde verblijfsregeling aangewezen is, maar slechts indien minstens één ouder dit vraagt en bij een gezamenlijk ouderlijk gezag. Het bovenstaande betekent echter niet dat het verblijfsco-ouderschap automatisch wordt toegekend. Soms geeft de rechter toch voorkeur aan huisvesting bij één ouder omdat de ouders te ver uit elkaar wonen, omdat een van de ouders duidelijk niet beschikbaar is, zich onwaardig gedraagt of geen interesse toont in zijn kind, omdat de kinderen nog jong zijn, omdat het kind zelf een wens uitspreekt, …. Deze mogelijke contra-indicaties zijn niet wettelijk vastgelegd. Het is de rechter die zal oordelen of dergelijke elementen een uitspraak over een gelijke verblijfsregeling in de weg staan. Sinds 2006 zijn er diverse opiniestukken verschenen die deze wet waarbij de rechter bij voorkeur een gelijke verblijfsregeling moet onderzoeken positief en negatief beoordelen. Denk er bijvoorbeeld aan dat een verblijfsco-ouderschap heden ten dage in heel wat situaties uitgesproken wordt omdat ouders er niet in slagen om onderling overeen te komen, en niet omdat ze er voor kiezen.

Voor sommige ouders is het een gevoelig thema, maar de domiciliëring van de kinderen heeft geen enkele invloed op de verblijfsregeling. De domiciliëring heeft wel een weerslag op de fiscale situatie (bv. aftrekking onderhoudsbijdragen) en op de sociale situatie (een verhoging van sociale toelagen voor een alleenstaande met een persoon ten laste). Deze thema’s zijn geen onderwerp van dit artikel maar verdienen zekere verdere aandacht bij het nadenken over de regeling omtrent de kinderen na (echt)scheiding.

Noch een rechter, nog een psycholoog heeft de wijsheid in pacht om te bepalen wat goed is voor jullie kinderen. Het zal vaak kwestie zijn van compromissen sluiten, uitproberen, nog eens aanpassen, … voordat jullie een regeling hebben gevonden die uiteindelijk geschikt is voor jullie kinderen. Elke regeling kan goed werken, of geen enkele regeling werkt. Alles hangt af van hoe je er mee om gaat en hoe je je relatie als ouders na de scheiding vorm en inhoud geeft. Indien je als ouders beslist om een verblijfsregeling op maat van jullie kind(eren) uit te werken, hou dan in het achterhoofd dat de kwaliteit van de relatie met je kind niet bepaald wordt door de kwantiteit dat het kind bij jou doorbrengt. Een ‘goede’ verblijfsregeling is een regeling die een gepast antwoord geeft op de wensen en behoeften van kinderen, een regeling die aangepast is aan de mogelijkheden van de ex-partners en voor beide ouders goed voelt. Goed ouderschap na scheiding is mogelijk binnen elke verblijfsregeling. Het is een blijvende opdracht voor ouders om de verblijfsregeling af te stemmen op de wisselende noden van de kinderen en de veranderende context. Ieder kind is uniek, en verblijfsregelingen kunnen (lees: moeten) dit ook zijn.

Per leeftijdsfase zijn er ontwikkelingspsychologische aspecten die van belang zijn bij het uitwerken van een verblijfsregeling na echtscheiding. Meer informatie hierover is terug te vinden in het boek ‘een ouderschapsplan maken’ van Pieter Vermeulen. Dit boekje geeft praktische handvaten en adviezen, rekening houdend met de leeftijdsfase van kinderen. Ook in ‘één week mama, één week papa’ van Claire Wiewauters en Monique van Eyken wordt in hoofdstuk 6 een opsplitsing gemaakt op basis van leeftijdsfases van kinderen en hieraan gekoppeld ontwikkelingspsychologische noden.

Bronvermelding:

- Een ouderschapsplan maken. Praktische tips en adviezen voor ouders die gaan scheiden. Vermeulen, P. (2008). Rotterdam: Ad Donker bv.

- Eén week mama, één week papa? Wat kinderen bij een scheiding echt nodig hebben. Wiewauters, C. & Van Eyken, M. (2014). Tielt: Lannoo.

- Wat te doen bij een scheiding? De Potter, V. (2015) Koning Boudewijnstichting.  https://www.kbs-frb.be/nl/Activities/Publications/2015/315291