-
-

Tags

01.03.2018Verzekering – Rechtsbijstand – vrije keuze verdediging

Bemiddeling

 

Met de wet van 9 april 2017, BS 25.04.2017 werd artikel 156 gewijzigd van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen. Sinds lang was in dit artikel reeds de vrije keuze van advocaat vastgelegd in het kader van de rechtsbijstandsverzekering. Dit gebeurde conform art. 201.1 a) de Europese richtlijn 2009/134/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II), die de Richtlijn 87/344/EEG verving. https://publications.europa.eu/bg/publication-detail/-/publication/5c84a7b4-b693-4fae-ac96-48fae79ec32a/language-nl

 

Deze stelt dat in elke overeenkomst inzake rechtsbijstandverzekering uitdrukkelijk bepaald wordt dat: “ indien een advocaat of andere persoon die volgens het nationaal recht gekwalificeerd is, wordt gevraagd de belangen van de verzekerde in een gerechtelijke of administratieve procedure te verdedigen, te vertegenwoordigen of te behartigen, de verzekerde vrij is om deze advocaat of andere persoon te kiezen”.

 

Met de wetswijziging wordt het principe ingevoerd dat een verzekerde in rechtsbijstand de vrije keuze heeft om een advocaat of iedere andere persoon die krachtens de op de procedure toepasselijke wet de vereiste kwalificaties heeft om zijn belangen te verdedigen in elke fase van de rechtspleging. In het parlementair verslag bij het wetsvoorstel werd verduidelijkt dat met de toevoeging van ‘iedere ander persoon’ het de bedoeling is, om die vrije keuze ook te laten gelden bij de arbitrage- en bemiddelingsprocedures, alsook bij de alternatieve vormen van geschillenbeslechting. In het verslag werd ook benadrukt dat de keuze vrijheid ook geldt qua te volgen wijze van geschillenbeslechting: “Er moet voor de verzekerde worden voorzien in keuzevrijheid voor wie hem/haar zal vertegenwoordigen, alsook in de vrijheid om te beoordelen welke procedures moeten worden gevolgd.”. M.a.w. mag een rechtsbijstandsverzekeraar aan zijn verzekerde het inzetten van een bemiddelaar niet ontzeggen. Integendeel wordt de burger aldus aangezet te kiezen voor alternatieve vormen van geschillenbeslechting. “Verdediging van belangen” is  ruim te interpreteren en is in dat opzicht geen conflicterend belang tussen verzekeraar en verzekerde vereist.

 

Het spreekt voor zich dat op deze wijze de verzekeraars aangezet worden om in hun polissen clausules te voorzien, die het inzetten van bemiddeling financieel bevoordeligen. Gezien de eigenschap van bemiddeling om door de band genomen sneller en goedkoper te verlopen dan een gerechtelijke procedure, hebben de verzekeraars er alle belang bij om deze trend te volgen. Omgekeerd hebben de bemiddelaars er belang bij hun diensten aan te bieden bij rechtsbijstandsverzekeraars.

 

Verder is interessante lectuur hierover te vinden op het internet:

 

 

Noël De Smet