-
-

Tags

07.12.2018Verblijfsregeling jonge kinderen

Scheiden, Bemiddeling

 Als bemiddelaar is dit uiteraard een van de belangrijkste onderwerpen als het gaat over een EOT (echtscheiding met onderlinge toestemming) of ouderschapsovereenkomst. De vele onderzoeken op dit punt spreken elkaar soms tegen. Dat komt omdat er binnen de representatieve groep dikwijls grote verschillen bestaan.

 

Wat duidelijk is, dat als ouders kiezen voor een gelijkmatig verdeeld verblijf van bijvoorbeeld één week bij de ene ouder en één week bij de andere ouder, dat dit goed moet besproken worden als het over zeer jonge kinderen gaat. En het moet uiteraard opgevolgd worden. Is een week niet te lang voor het kind? Hoe zal het kind zich voelen als het een ouder een week moet missen?

 Een ouder missen voor een week kan alleen maar als het kind voldoende zicht heeft in tijd en ruimte, én een voldoende hechting heeft aan beide ouders.

 Inzicht in tijd en ruimte

 Inzicht in ruimte begint te evolueren als het kind zichzelf begint te verplaatsen, en inzicht in tijd is een langzame evolutie. Hoe jonger het kind hoe langzamer zijn subjectieve tijdsbeleving loopt. Je kan dit uitdrukken als percentage van de leeftijd. Uiteraard moet de verblijfsregeling daarmee rekening houden.

 

Een dag voor een kind van één jaar duurt ongeveer even lang als een maand voor zijn ouders van 30 jaar. Voor een kind van drie jaar duurt een dag ongeveer even lang als anderhalve week voor zijn ouders. Dit is de subjectieve tijdsbeleving. Reken zelf maar, aan de hand van het voorgaande, uit hoelang een kind van een jaar in zijn eigen subjectieve tijdsbeleving een ouder moet missen als het die ouder een week niet ziet. Zou je dat als ouder aankunnen?

 

Het is duidelijk dat, hoe jonger een kind is, hoe korter de tijd is dat het kind kan verdragen van gescheiden te zijn van een ouder. Uiteraard moet je er rekening mee houden dat dit moeilijk te meten is. Zowel de validiteit als de betrouwbaarheid van de metingen laten te wensen over. Maar dat is met de meeste psychologische onderzoeken het geval, en we moeten toch ergens een houvast hebben? We moeten er wel rekening mee houden dat psychologie geen absolute wetenschap is, en dat ieder kind (en iedere ouder) verschillend reageert.

 Voldoende hechting

 

Een kind moet zich kunnen hechten aan beide ouders. Daardoor moet het regelmatig contact hebben met beiden. Vooral voor kinderen vanaf zes maanden is dit belangrijk. Het is ook vanaf ongeveer deze leeftijd dat ze beginnen te beseffen, dat een ouder die ze niet meer zien, ook niet ophoudt van bestaan.

 

Het is ook de leeftijd dat de kinderen protesteren na een scheiding met één van hun hechtingsfiguren. Dokter Lamb is de wereldspecialist over hechting en heeft dit dikwijls bevestigd in zijn onderzoeken. De oudere theorieën van Bowbly stelden dat kinderen eerst gaan hechten aan hun moeder en na zes maanden begon de hechting aan vader. Bowbly is reeds lang achterhaald maar de leeftijdsgrenzen blijven bestaan. Waar alle wetenschappers het over eens zijn is dat de hechting begint met de ouder of opvoeder die in het begin, dus op zeer jonge leeftijd het meeste zorg besteed aan het kind.

 

Belangrijk is ook de verschillende soorten zorg van de hechtingsfiguren. Er is het slaapritueel, spelen, eten geven, maar ook de verantwoordelijkheden zoals hulp bij studeren en huiswerk tijdens de schoolperiode.

 

Kinderen vanaf een zekere leeftijd vinden de verantwoordelijkheden die een ouder neemt steeds belangrijker dan de quality time van de ouder.

 

Wat zeker is, dat de kinderen beide interacties van de ouders nodig hebben om zich harmonische te kunnen ontwikkelen.

 Aangepaste duur van een scheiding met hechtingsfiguren

 De duur van de scheiding met hechtingsfiguren moet aangepast zijn aan de leeftijd van de kinderen.

 Volgens dokter Michel Lamb en professor Joan Kelly, de wereldspecialisten in hechting van jonge kinderen en scheidingskinderen spreken over een maximum scheiding met hechtingsfiguren van 3 tot 4 dagen voor een kind van 3 tot 6 jaar en 5 tot 7 dagen voor oudere kinderen.

 

Maurice Berger, een Franse psychoanalyticus deed vooral onderzoek bij baby's en peuters. Volgens hem moeten kinderen die jonger zijn dan één jaar minstens 2 tot 3 keer per week iedere ouder moeten kunnen zien gedurende enkele uren. Vanaf één jaar moet er een nacht aan toegevoegd worden. Vanaf drie jaar een volledig weekeinde met overnachting. Zijn onderzoeken zijn echter gebaseerd op kleinere, en dus minder representatieve steekproeven, in tegenstelling tot de onderzoeken van professor Joan Kelly.

 Bemiddeling

 

De bemiddelaar spreekt ook met de kinderen als het nodig is. In veel gevallen zijn de ouders de specialist, want zij kennen hun eigen kinderen het beste. Maar in geval van conflict moeten de ouders vooral rekening houden met de loyaliteit van de kinderen.

 

De bemiddelaar kan individuele gesprekken met de kinderen aangaan, zonder het bijzijn van de ouders waardoor ze onverstoord zich kunnen uiten in hun verlangens en bekommernissen.

 

Het welzijn van de kinderen is immers voor de ouders, en voor de bemiddelaar van primordiaal belang.

 

Wilfried Mestdagh, psychologisch consulent, erkende familiale bemiddelaar