-
-

Tags

25.11.2018Het "Valkeniersbeding" anno 01.09.2018. Wat is er veranderd ?

Nieuw gezin, Ouderschap, Huwelijk

Vroeger. Sinds de Wet van 22 april 2003 kunnen echtgenoten met kinderen uit een vorige relatie bij huwelijkscontract een regeling treffen over hun erfrechten in elkaars nalatenschap. Dit vormde een toegelaten uitzondering op de algemene regel dat men geen overeenkomsten mag sluiten over niet-opengevallen nalatenschappen. Het “Valkeniersbeding” is een beding dat kan worden opgenomen in een huwelijkscontract of in een akte wijziging van het huwelijksvermogensstelsel, dat ervoor zorgt dat echtgenoten in hersamengestelde gezinnen afspraken kunnen maken over hun erfrechten in elkaars nalatenschap. Voor 1 september 2018 kon men niet zo ver gaan dat men het vruchtgebruik op de gezinswoning en huisraad aan de langstlevende echtgenoot ontneemt. Deze rechten noemt men ook wel de concrete reserve van de langstlevende echtgenoot. In de praktijk werd deze materiële beperking, die inhield dat men geen afstand kon doen van zijn concrete reserve, als een hinderpaal ervaren. Door de concrete reserve van de langstlevende echtgenoot worden de kinderen uit de vorige relatie van de erflater beperkt tot de blote eigendom van de gezinswoning en huisraad. Zij moeten het vruchtgebruik van hun stiefouder (met wie de solidariteit en band soms minder sterk is) dulden. Een zeer vervelende situatie, zeker wanneer deze stiefouder nog jong is. In sommige gevallen was de stiefouder echter bereid om op voorhand afstand te doen van dit erfrechtelijk vruchtgebruik op de gezinswoning en huisraad, maar was dit juridisch gezien gewoonweg niet mogelijk.

Nieuwe regeling. Naar aanleiding van de hervorming van het huwelijksvermogensrecht heeft de wetgever beslist om de hierboven geschetste materiële beperking mbt het vruchtgebruik af te schaffen. Dit betekent dat echtgenoten met kinderen uit een vorige relatie voortaan een regeling kunnen treffen over al hun erfrechten, met inbegrip van het vruchtgebruik op de gezinswoning en huisraad.

Dit is voortaan enkel mogelijk indien de volgende voorwaarden zijn vervuld :

1.Minstens één van beide echtgenoten heeft kinderen uit een vorige relatie. De wetgever opteert uitdrukkelijk om de regeling niet uit te breiden naar klassieke gezinnen, ttz echtgenoten zonder kinderen of met gemeenschappelijke kinderen.

2.Elke echtgenoot kan in onderling akkoord geheel of gedeeltelijk worden onterfd van het wettelijk erfrecht als langstlevende. De regeling moet niet wederkerig zijn. Er kunnen aan de langstlevende, ter vervanging van het wettelijk erfrecht, andere erfrechten worden toegekend, zoals bijvoorbeeld een som geld of bepaalde goederen in volle eigendom, of slechts een beperkt erfrecht.

3.Om te vermijden dat de langstlevende echtgenoot (die een “Valkeniersbeding” heeft ondertekend met uitsluiting van al zijn erfrechten in de nalatenschap van de andere echtgenoot) van vandaag op morgen aan de deur wordt gezet, voorziet de wetgever dat de langstlevende echtgenoot in alle omstandigheden moet beschikken over een overgangsperiode waarin hij (indien nodig) op zoek kan gaan naar een nieuwe woning. Concreet behoudt de langstlevende echtgenoot in dat geval een recht van bewoning van de gezinswoning en een recht van gebruik van het daarin aanwezig huisraad gedurende een periode van zes maanden. Verhuist de langstlevende echtgenoot sneller, dan zal deze geen recht hebben op de vruchten van de gezinswoning (zoals huurinkomsten), noch terug in de woning mogen gaan wonen.

4. Ook het hervormde erfrecht heeft een impact op het Valkeniersbeding dat, nu het bijna altijd een verzaking inhoudt aan erfrechten, als een erfovereenkomst wordt beschouwd die de wet uitdrukkelijk toelaat als de welbepaalde vorm- en procedurevoorwaarden (artikel 1100/5B.W.) worden nageleefd,. Het volgende werkschema moet worden gevolgd. Iedere erfovereenkomst moet notarieel worden verleden. De Notaris moet bij het verzenden van het ontwerp alle partijen uitnodigen op een toelichtingsvergadering (niet eerder dan na verloop van 15 dagen), waarop iedereen aanwezig moet zijn. De Notaris moet alle partijen erop wijzen dat ze een aparte raadsman kunnen kiezen of een individueel onderhoud met de Notaris kunnen hebben. Ook op de vergadering wijst hij daar nog eens op. Vervolgens moet nog een bedenktijd van één maand vanaf de toelichtingsvergadering verlopen, en dan pas kan de akte ondertekend worden.  Van al deze termijnen kan men niet afwijken. Tevens zal men deze overeenkomst laten inschrijven in het Centraal Register van Testamenten (CRT). Op die manier verzekert men de opspoorbaarheid van deze overeenkomst.  Het zal dus voortaan niet meer mogelijk zijn om een huwelijkscontract met een “Valkeniersbeding” in extremis kort voor de datum van het huwelijk te laten opstellen en verlijden.  Men zal rekening moeten houden met de termijnen voor informatie en beraad die minstens zes weken in beslag zullen nemen. De sanctie bij de niet naleving van deze geldigheidsvereisten is volgens de erfwet van 2018 (wet van 31.07.2017 – BS van 01.09.2017) een relatieve nietigheid. Dit betekent dat wanneer het gaat om een overeenkomst inzake de eigen toekomstige nalatenschap van een partij,vanaf het overlijden van die partij door alle overige partijen kan bevestigd worden Toch voor zover althans de nietige overeenkomst minstens in een notariële akte was opgenomen.  De relatieve nietigheid sanctioneert dus enkel het niet naleven van de formaliteiten rond de verzending van het ontwerp, het verlenen van informatie, het toekennen van een voldoende advies- en bedenktijd, enz…

Ingangsdatum. De nieuwe wet is van toepassing als het “Valkeniersbeding” wordt opgenomen in de huwelijkscontracten of in de akten van wijziging van het huwelijksvermogensstelsel dewelke opgesteld worden vanaf 01-09-2018.

Auteur : Nadia Michiels, Erkend Advocaat bemiddelaar in familiale zaken.