-
-

Tags

17.11.2016Het beleid van Minister Geens over bemiddeling gewikt en gewogen, en niet te licht bevonden

Bemiddeling

In een recent artikel “Bemiddeling, potpourri & toekomstmuziek” hield mevrouw Wendy Hensen de plannen en initiatieven van Minister van Justitie Koen Geens over bemiddeling tegen het daglicht. Mevrouw Hensen is momenteel bezig met het schrijven van een doctoraat over bemiddeling aan de Universiteit Hasselt.

Uitgangspunt: de beleidsverklaring van 17 maart 2014

Startpunt van het artikel is de beleidsverklaring van 17 november 2014 van de Minister, waarin de Minister het voornemen formuleerde dat “maximaal ingezet (moet worden) op de bevordering van alternatieve wijzen van geschillenbeslechting, zoals bemiddeling, om de rechtbanken te ontlasten”. De Minister wilde meteen ook incentives geven aan minnelijke oplossingen van geschillen wanneer hij stelde dat “procedures waarbij een minnelijke oplossing wordt gezocht en de inzet van het gerecht wordt vermeden, bevoordeeld zullen worden”.

De bedoeling van de Minister was duidelijk: er diende iets gedaan te worden aan de quasi-automatische keuze voor de klassieke rechtbanken als format voor geschillenbeslechting.

Wijzigingen in het wetgevend kader

Onder impuls van de Minister werd er één concreet wetgevend initiatief goedgekeurd: de termijn van drie maanden waarbinnen een gerechtelijke bemiddeling diende te worden afgewikkeld werd verlengd tot een termijn van zes maanden (artikel 1734 § 2 Ger. W.). De verlenging van deze termijn geeft meer ruimte aan partijen om bemiddeling ten volle een kans te geven.

Toekomstige initiatieven ?

In zijn justitieplan sprak Minister Geens de intentie uit om de bestaande, uiteenlopende initiatieven rond bemiddeling bij de verschillende hoven en rechtbanken in kaart te brengen om de bemiddelingspraktijk te kunnen stroomlijnen.

Hiervoor werden op heden evenwel nog geen concrete wetgevende initiatieven genomen.

Evaluatie

In haar beoordeling van zijn beleid over bemiddeling was mevrouw Wendy Hensen tegelijkertijd streng en mild voor Minister Geens.

Aan de ene kant is er immers de zekere vaststelling dat Minister Geens heel wat goodwill toont t.o.v. de positie van bemiddeling als alternatieve geschillenoplossing.

Aan de andere kant was er de evenzeer zekere vaststelling dat er momenteel geen globale visie of plan aanwezig is over de verhouding tussen alternatieve geschillenoplossing (waaronder bemiddeling) en de klassieke rechterlijke geschillenbeslechting. Daarom diende er, volgens mevrouw Hensen, in eerste orde een antwoord te worden verschaft op volgende vraag: “Hoe kunnen we ervoor zorgen dat conflicten en conflictspartijen terecht komen bij het voor hen meest geschikte traject om tot een oplossing te komen en hoe kunnen wij de toegankelijkheid en de kwaliteit van dit traject bevorderen ?”.

In elk geval vond mevrouw Hensen het bewonderenswaardig dat de Minister de nodige tijd nam en neemt om het gesprek met de bemiddelingspraktijk aan te gaan en rekening houdt met wat er speelt op het terrein.

 Hans Van Gompel

 W. Hensen, “Bemiddeling, potpourri & toekomstmuziek”, P&B, 2016, 131-139. U vindt het volledige artikel hier.