-
-

Tags

06.09.2017Help ! Kan ik mijn kleinkind nog zien ?

Ouderschap

De Belgische staat acht de relatie tussen grootouder en kleinkind nochtans belangrijk. Daarom heeft zij op basis van artikel 375 bis BW een omgangsrecht erkend voor de grootouders.

Omgangsrecht in het algemeen

Door het omgangsrecht krijgt men recht op indirecte contacten zoals e-mail, telefoon, brieven schrijven maar ook het bezoek valt hieronder.

Het omgangsrecht geldt enkel voor meerderjarige personen ten aanzien van minderjarige kinderen. Er zijn drie types van omgangsgerechtigden, namelijk: ouders, grootouders en derden. Het omgangsrecht voor de grootouders worden hieronder verder besproken.

Het omgangsrecht voor grootouders

Het omgangsrecht voor grootouders is een principieel recht. Door grootouders te zijn, beschikken zij over een omgangsrecht. Zij moeten een juridische afstammingsband aantonen. Er moet geen sprake zijn van een affectieve band. Zo kunnen ook grootouders waarvan hun kleinkind nog geboren moet worden of die hun kleinkind nog nooit zagen, zich beroepen op dit recht. Wanneer er al een hechte relatie is, krijgen de grootouders logischerwijs het omgangsrecht gemakkelijker toegewezen. Maar het is geen vereiste.

Het omgangsrecht kan geweigerd worden wanneer het strijdig is met het belang van het kind. Daarnaast kan de rechter ook weigeren indien de grootouders dat recht misbruiken om bijvoorbeeld de verstandhouding tussen het kind en zijn ouders te bemoeilijken.

Het omgangsrecht kan gekoppeld worden aan bepaalde voorwaarden. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer kinderen geen contact mogen hebben met de vader/moeder.

De duur van het omgangsrecht wordt bepaald door de rechter. De gemiddelde duur die de rechter toekent, is 1 dag per maand of 2 halve dagen per maand. Bijzondere omstandigheden zoals bijvoorbeeld het overlijden van de ouder, kunnen dat recht uitbreiden. 

Hoe omgangsrecht met uw kleinkind te bekomen?

De beste manier om een omgangsrecht te bekomen is door middel van een overeenkomst. Ouders en grootouders komen dan overeen wanneer het kind op bezoek komt.

Indien een akkoord tussen de ouders en grootouders niet mogelijk is, kan er een verzoek tot omgangsrecht worden ingediend bij de familierechtbank

Hoe wordt het omgangsrecht uitgevoerd?

Hoe het omgangsrecht wordt uitgevoerd, hangt af van de feitelijke situatie waarin grootouders en kleinkinderen zich bevinden. Wanneer de rechter een omgangsrecht uitspreekt, bepaalt hij vaak de periode, duur en regeling.

Het omgangsrecht kan als volgt vorm krijgen.

Er zijn ongedwongen contacten tussen de grootouders en het kleinkind. Dat wil zeggen dat grootouders hun kleinkind regelmatig zien. Zij kunnen hun omgangsrecht niet gebruiken om hun kleinkind nog meer te zien. De rechter zal in dat geval het omgangsrecht weigeren.

Er zijn geen ongedwongen contacten en de grootouders willen hun kleinkind graag zien. Hoe het omgangsrecht dan vorm krijgt, hangt af van de levenssituatie van de ouders van het kind:

·        Ouders van het kleinkind leven nog samen.

In dat geval zal de rechter een bepaalde periode bepalen waarin het kleinkind op bezoek komt bij de grootouders.

·        Ouders van het kleinkind leven niet samen.

Het omgangsrecht kan in dat geval uitgevoerd worden ongeacht bij wie het kleinkind op dat moment verblijft. Wanneer er een slechte verstandhouding tussen de grootouders en één van de ouders is, kan de rechter daarmee rekening houden.

Wanneer meerdere omgangsrechten elkaar overlappen, kan de rechter beslissen dat het omgangsrecht van de grootouders in functie van het omgangsrecht van de ouders wordt toegepast. Dan hebben de grootouders zelf geen omgangsrecht en moeten zij tevreden zijn met de periode waarin hun zoon/dochter als ouder van kind omgang heeft gekregen.

Door gewoon grootouder te zijn van het kleinkind, hebben zij dus een recht voor omgang. Hoe die omgang vorm krijgt en wat de periode van de omgang is, wordt bepaald door de rechter naargelang de omstandigheden waarin kleinkind en grootouders zich bevinden.

Bronnen:

S. Senaeve, Compendium van personen-en familierecht, Acco, 2013, 637 ev.

M. GOEGEBUER en A. DE WOLF, “Commentaar bij artikel 375bis BW, OPF, afl. 76, 1-31.