-
-

Tags

22.01.2018Dissociatie, wat als artsen of andere zorgverstrekkers hun samenwerking niet willen verder zetten ?

Bemiddeling

Als medici, specialisten en of andere zorgverstrekkers met elkaar willen samen werken, kunnen ze dat onder verschillende samenwerkingsvormen.

Bij een keuze van de vorm zal het meestal afhangen van de integratie van middelen die men wil doen. Zo heeft iedere vorm haar eigen kenmerken en aandachtspunten. 

Ik vat heel even kort samen welke vormen van samenwerkingsverbanden er bestaan:

Een gewone associatie-overeenkomst : Iedere arts die deelneemt zal werken voor eigen rekening en in eigen naam. Meestal wil men dank zij deze vorm de meest voorkomende kosten (secretariaat e.a) delen. Maar er hoeft geen inbreng te gebeuren van de deelnemende arts(en). Bij het opstellen van de samenwerkingsovereenkomst geldt een grote(re) contractsvrijheid. Deze kan makkelijk en eenvoudig aangepast worden en behoeft enkel een onderhandse akte. Zijn er aanpassingen die dienen te gebeuren dan is unanimiteit vereist.

Een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid : In een vooraf afgesproken verdeelsleutel worden honararia en forfaits (impulseo,GMD, praktijkondersteuning) en onkosten gepoold. Alles wat aan inkomsten binnenkomt blijft in onverdeeldheid tussen de vennoten, vandaar die belangrijke verdeelsleutel en financiële transparantie. Enkele vormen die in deze samenwerking kunnen opgemaakt worden zijn een maatschap of feitelijke verenigingen. ook hier geldt een grote(re) contractsvrijheid die net zoals bij een gewone associatie snel en eenvoudig aanpasbaar zijn. Houd er alleen goed rekenin mee dat de scheiding tussen privé- en werkvermogen door elkaar kan lopen. Bij financiële problemen is het altijd mogelijk dat het privé-vermogen van de artsen aangesproken kan worden.

Een vennootschap met rechtspersoonlijkheid : Een echte juridische entiteit met een eigen afgescheiden vermogen,onderworpen aan de vennootschapsbelasting. Alle gegeneerde inkomsten gebeuren voor en in naam van de vennootschap. Hier wordt steeds gekozen voor een gedelegeerd uitvoerend orgaan die de beleidsbeslissingen uitvoert. Het oprichten ervan gebeurt door een authentieke akte (notaris) en kan onder de vorm van CVBA,VOF,BVBA etc.) begrijpelijk dat bij veranderingen (bv.in- of uittreden van vennoten) een wettelijk kader dient gevolgd te worden.

Het behoeft zeker gezegd te worden dat voor welke vorm de vennoten ook kiezen, er veel belang gehecht dient te worden aan de redactie van die welbepaalde samenwerkingsvorm. U kent het wel onder het motto : "Goede afspraken, maken goede vrienden" of " Beter voorkomen , dan genezen".

Maar hoe veel aandacht ook besteed aan de prille samenwerking, kan door omstandigheden (werkstress, financiële verdeelsleutel) de sfeer op de werkvloer zo hard vertroebelen dat verder samenwerken erg moeilijk of zelfs onmogelijk wordt.

Als er dan in deze geëscaleerde situaties geen constructieve communicatie meer mogelijk is de kans erg groot dat men de samenwerking daadwerkelijk wil beëindigen.

En net zoals er veel aandacht en zorg werd besteed aan de samenwerkingsovereenkomst, moet er net zoveel tijd worden gespendeerd aan "de scheiding" van de associatie.

Veel zorgvertsrekkers zullen bij hun scheiding veel zaken dienen te regelen en nieuwe afspraken moeten maken.

Ik noem er enkele (vanuit alle samenwerkingsvormen,zie hierboven en louter exemplatief) :

  • Wat met de opgebouwde goodwill (Hoeveel is een patiëntenbestand waard ?)
  • Wat met een mogelijke in-of uitkoopvergoeding?
  • Wat met samen aangekocht medisch materiaal ?
  • Quid met aandelen van de vennootschap ?(overname, waardeschatting,aftrekbaarheid)
  • Wat met de nieuwe vestigingsplaats ?
  • Wat met het bewaren van de EMD's ?
  • Wat met gedeelde of gepoolde forfaits ?(GMD,impulseo,premie praktijkondersteuning, SUMEHR)
  • Wat met de vermogensopbouw ?(onverdeeldheid)

Ik hoef niet te zeggen dat ook hier een heel draaiboek aan (discussie) punten dient onderhandeld te worden om de dissociatie goed te kunnen laten verlopen.

Dikwijls gebeurt het dat de aanleidng van conflicten behoeften of belangen zijn die door de andere partij niet ter harte werden genomen en zo de boel doet escaleren. En zolang er geen communicatie meer mogelijk is, wordt onderhandelen of afspraken maken ondoenbaar.

Hier kan bemiddeling een serieuze meerwaarde betekenen. De bemiddelaar assisteert en helpt immers de zorgverstrekkers op een neutrale manier om hun verstoorde communicate te herstellen, zodat er onderhandeld kan worden. Hij/zij (de bemiddelaar) zal zich niet uitlaten over schuld of onschuld die een collega heeft over het mislopen van de associatie en geen oplossingen aanreiken. Het zijn de artsen zelf die door dit bemiddelingstraject, met de hulp van die neutrale derde persoon (de bemiddelaar), tot oplossingen dienen te komen. 

Oplossingen die vertaald dienen te worden in een WIN-WIN situatie, waar iedere deelnemer voor de 100 % kan achterstaan en nakomen. En zich tevreden kan stellen met de nieuwe overeenkomsten die gemaakt worden voor de toekomst.

Ik mag jonge artsen of zorgverstrekkers vaak het advies geven om bij de redactie van de samenwerkingsovereenkomst bij de paragraaf conflicthantering een bemiddelingsbeding op te nemen. Het biedt immers de mogelijkheid om als vennoten samen en zelf aan de oplossing van het probleem te kunnen werken. En dit naast eventueel de andere vormen van geschillenbeslechting (scheidsgerecht, rechtbank) die men kan opnemen.

Auteur : Peter Crab, Erkend federaal bemiddelaar en ervaren disscociatie-adviseur.