-
-

Tags

05.03.2017Als mijn kind zowel alimentatie krijgt maar ook een studentenjob heeft, kan het nog ten laste blijven ?

Ouderschap, Scheiden, Huwelijk

Om thuis fiscaal ten laste te zijn, geldt (voor het kind) een maximumbedrag aan eigen inkomsten (netto belastbaar inkomen of netto bestaansmiddelen).

 

Het maximumbedrag:

Bedragen inkomsten 2016 – aanslagjaar 2017

  • Voor het kind van een gehuwd koppel is dit 3.140 EUR
  • Voor een kind van een alleenstaande ouder is dit 4.530 EUR
  • Voor een kind van een alleenstaande ouder, die bovendien gehandicapt is, bedraagt deze 5.750 EUR

Bedragen inkomsten 2017 – aanslagjaar 2018

  • Voor het kind van een gehuwd koppel is dit 3.200 EUR
  • Voor een kind van een alleenstaande ouder is dit 4.620 EUR
  • Voor een kind van een alleenstaande ouder, die bovendien gehandicapt is, bedraagt deze 5.860 EUR

 

Netto belastbaar inkomen

 

Het netto belastbaar inkomen of de netto bestaansmiddelen worden als volgt berekend:

Bruto loon

Daar gaat de RSZ bijdrage af. Die bedraagt 2,71 % of 13,07 % van het bruto loon

Dit geeft de bruto bestaansmiddelen

De eerste 2.660 EUR (voor 2017) worden niet beschouwd als betsaansmiddeln (= forfaitaire vrijgestelde eerste schijf van de inkomsten als student werkend met een studentenovereenkomst)

Van het saldo mag u 20 % aftrekken voor kosten (met een minimum van 440 EUR in 2017)

Dit geeft u de netto bestaansmiddelen

Indien er alimentatie werd ontvangen, dient 80 % van het bedrag aan alimentatiegeld boven de 3.200 EUR (voor 2017) bijgeteld.

De som van beide dient dan vegreleken te worden met het maximumbedrag aan eigen inkomsten dat bepaalt of het kind al dan niet fiscaal ten laste van de ouders blijft.

 

Voorbeeld:

 

In 2017 heeft zoon of dochter van een gehuwd koppel een brutoloon van 6.000 EUR (na aftrek van sociale zekerheidsbijdrage of solidariteitsbijdrage ontvangen in het kader van een arbeidsovereenkomst voor tewerkstelling van studenten).  Enkel het deel dat de 3.200 EUR overschrijdt, dus 2.800 EUR wordt in rekening gebracht als bestaansmiddel. Na aftrek van de forfaitaire kosten  (2.800 EUR x 20 % = 560) bedraagt het netto bedrag dus 2.240 EUR (= netto bestaansmiddel)

Heeft zoon of dochter daarenboven nog alimentatiegeld ontvangen van 4.000 EUR dan dient 80 % van het bedrag dat 3.200 EUR overschrijdt, dus 80 % van 800 EUR, hetzij 640 EUR te worden bijgeteld.

De som van beiden, dus 2.240 EUR (netto bestaansmiddel) + 640 EUR (in rekening te brengen ontvangen alimentatiegeld), bedraagt 2.880 EUR.

In dit voorbeeld wordt het maximumbedrag van 3.200 EUR niet overschreden en blijft zoon of dochter bijgevolg fiscaal ten laste.

 

Besluit:

 

Er komt heel wat rekenwerk aan te pas, maar belangrijk is het wel deze berekening te doen.

Wanneer het maximumbedrag wordt overschreden, zal zoon of dochter bijgevolg niet meer ten laste zijn en zal men dus meer belastingen moeten betalen.

 

Bronnen: www.acv-online.be; Federale Overheidsdienst Financiën